Ruimtelijke ordening: ons standpunt inzake bouwvergunninggen.

College Burgemeester en Schepenen vindt integratie in natuur maar niks.

Het College van B&S besliste in zijn zitting van 17 maart 08 over een nogal opmerkelijke bouwaanvraag. In het verslag van het College lezen we:
“…De berging en bib worden ondergebracht in een organische vorm met 3 lobben. Deze vorm werd gekozen omdat hierdoor alle bomen behouden kunnen blijven. Het volume van de aanbouw wordt bekleed met houten shingles. Door de natuurlijke verkleuring zal het volume hierdoor integreren in de omgeving.
Het streven naar een maximaal behoud van bomen is positief en kan alleen maar ondersteund worden.
Uit het plan blijkt echter dat zich langs de achterzijde en voorzijde van de bestaande woning boomvrije zones bevinden. Een uitbreiding zonder bomen te kappen zou ook in deze zones kunnen gebeuren. Er dient dan niet gewerkt te worden met de weinig gebruikelijke lobbenvorm.
Bij de organische vorm wordt met gebogen buitengevels gewerkt het wordt voorzien van een flauw hellend zadeldak. De gevels zijn niet in overeenstemming met de principe doorsnede van BPA….”

Tot zover de, naar onze mening, bekrompen visie van het College. Vlaams Belang is blijkbaar niet de enige die er zo over denkt.
Gelukkig bleven betrokkenen niet bij de pakken zitten en wisten zij creatief met het gegeven om te gaan. Enkele maanden later lezen we in de krant DS 21Jan09:

“BRECHT – Wat als je geen bouwvergunning krijgt voor een kantoorgebouw in je tuin? Een kunstwerk waarin je een kantoor onderbrengt, kan soelaas brengen. Want in principe heb je voor een kunstwerk geen stedenbouwkundige vergunning nodig.
Mevr. X wilde drie jaar geleden een kantoorgebouw aan haar woning in Brecht bouwen. Maar haar huis bevindt zich in recreatief woongebied waar een Bijzonder Plan van Aanleg geldt. In dat plan staat de visie van de overheid over ruimtelijke ordening met duidelijke regels over bestemming, afmetingen en materiaalkeuze.
‘Het is een gebied met een geschiedenis’, zegt burgemeester Luc Aerts (CD&V) van de gemeente Brecht. ‘In 1999 werd de voormalige weekendzone omgevormd tot woongebied met recreatief karakter en in 2004 werd het Bijzonder Plan van Aanleg opgesteld. In het gebied zijn enorme toegevingen gedaan. Omdat het een zone is waar ook steeds meer wordt geëist en waar de kantjes al eens worden afgelopen, gelden er strenge bouwvoorschriften. En die regels worden strikt geïnterpreteerd.’
Na enkele bouwaanvragen kreeg betrokkene geen vergunning voor een kantoor in haar tuin. ‘Nochtans hebben we gekozen voor een organisch ontwerp waar geen enkele boom voor moest sneuvelen’, zegt ze. ‘Ik wilde een ontwerp in harmonie met de omgeving, maar zelfs dat kon de gemeente niet overtuigen.’
Maar ook in een recreatieve woonzone zijn er achterpoortjes. Voor bepaalde uitzonderingen zoals speeltuigen, houten tuinhuisjes en tuinornamenten heb je geen stedenbouwkundige vergunning nodig. Mevrouw X liet door een architectenbureau in Mechelen een kunstwerk in de vorm van een ei ontwerpen, een ovalen constructie in gelakt polyester van zes bij drie meter en drie en een halve meter hoogte. Het ‘kantoorei’ genaamd Blob kan geopend worden en momenteel worden er kasten en een bureau in geïnstalleerd. Ook kunstwerken vallen onder de uitzonderingsregel als ze de functie van versiering niet overstijgen. Al valt er in het geval van een kantoorkunstwerk wel over de functie te discuteren. …
Bij de bouwaanvraag stootten Mevr. X en haar architect op een muur van onbegrip bij de gemeente Brecht. ‘Als progressief architectenbureau is het soms enorm frustrerend dat je ontwerp wordt afgekeurd door een bekrompen regelgeving. Veel kleinere gemeenten zijn in hetzelfde bedje ziek: er is geen enkele discussie mogelijk’, vindt [de architect].’ Het is bovendien jammer dat er bij het opstellen van de regels maar uitzonderlijk advies wordt gevraagd aan ontwerpers. Het feit dat een kunstwerk als de Blob die strenge regels kan omzeilen, maakt deze zaak natuurlijk heerlijk ironisch.’
Eline Bergmans in DS 21Jan09

Die laatste ironie treden we helemaal bij en we kunnen het niet beter verwoorden dan de architect: de manier waarop het College dit dossier aangepakt heeft is kneuterig en bekrompen. Diversiteit kan voor sommige meerderheidspartijen blijkbaar alleen als het om mensen gaat. Hangt ons College misschien een voorbijgestreefd Hollands model aan ? Allemaal dezelfde huisjes en de gordijntjes in de gelijkvloerse voorkamer vooral open zodat streng calvinistische sociale controle kan voorkomen dat iets onoorbaars gebeurt in de woonkamer ?
Vlaams Belang kan moeilijk verweten worden voor anarchie te staan maar in dit Aerts Paradijs is een nieuwe Keizer-Koster (Jozef II – 1741-1790) op het toneel verschenen. Van deze betutteling: spaar ons heer. In een vrij land is het principe dat alles toegestaan is, tenzij het verboden is. We lijken in Brecht soms op weg naar een systeem waar alles verboden is, tenzij het toegestaan wordt.
Regelgeving dient steeds een middel te zijn, nooit een doel op zich. Regels moeten ten dienste staan van de bevolking, niet omgekeerd.

Concreet: zolang buren geen bezwaar maken en zolang het niet gaat om constructies in een beschermd gebied, moet het principe zijn dat stedenbouwkundige regels soepel geïnterpreteerd worden. Dat de “lobbenvorm weinig gebruikelijk is” kan toch niet in ernst als een argument gezien worden om een bouwvergunning te weigeren. Dat zijn pure administratieve pesterijen.

Patrick Van Assche
Fractieleider

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...